Hofleverancier van Sint Nicolaas

Affiche eerste keer met Hofleverancier november, 1954.

In 1950 bedacht reclamechef Jan Willem Holsbergen het predicaat Hofleverancier.

In 1954 prijkte op het Sinterklaasaffiche van de Bijenkorf voor het eerst de eretitel Hofleverancier van Sint Nicolaas, ter vervanging van de jarenlang gebruikte tekst Hoofdkwartier van Sint Nicolaas. Voor zo ongeveer iedere Nederlander was het zonder meer duidelijk dat de Sint voor het bij elkaar zoeken van alle cadeaus eigenlijk geen ander adres had dan de Bijenkorf. Daar had hij immers de grootste keuze. En nergens was het voor ouders en kinderen leuker om zich op pakjesavond voor te bereiden dan in de lichthal van de Bijenkorf, die volledig op het grote kinderfeest was ingericht.


"Voor Piet zitten in de Bijenkorf"verwoordde Carmiggelt op zijn onnavolgbare wijze de verlegenheid van de kinderen

Inderdaad speelde Sinterklaas in de loop van de jaren een steeds belangrijker rol in de Bijenkorf. Maar wie waren toch de “zaakwaarnemers” van de bisschop van Myra, die in de vierde eeuw zoveel wonderen verrichtte dat hij, als legendarische volksheilige de geschiedenis in zou gaan? Zo moet hij ooit drie onschuldig ter dood veroordeelde schipbreukelingen op miraculeuze wijze hebben gered.

De weldaden van zijn zaakwaarnemers zijn minder wonderbaar, maar zonder uitzondering beschouwen ze het als een erebaan om in de voetsporen te treden van hun grote voorganger. In het eerste Bij Journaal van november 1979 stond een in 1956 door Simon Carmiggelt geschreven verhaaltje over het evenement in de Bijenkorf, waar elk kind op de schoot van Sinterklaas een persoonlijke beoordeling kreeg omtrent zijn of haar gedrag het afgelopen jaar. In zijn vertelling "Voor Piet zitten In de Bijenkorf" verwoordde Carmiggelt op zijn onnavolgbare wijze de verlegenheid, maar ook de trots van de kinderen als zij door de Sint werden toegesproken.

Voor Piet zitten een verslag uit 1956 in Bij journaal november 1979.

Bij journaal november 1979, tekening van Waldemar Swierzy.

Affiche Sint Nicolaas, Alfons van Heusden, 1988.