De moderne tijd

De drie directieleden, Alfred Goudsmit, Arthur Isaac en Leo Meyer. De laatste namens de Duitse aandeelhouders.

De eerste jaren werd het warenhuis de Bijenkorf geleid door het joodse driemanschap Arthur Isaac, Leo Meyer en Alfred Goudsmit. Niet verwonderlijk dat de bedrijfscultuur hun stempel droeg, wat onder meer inhield dat de directie van alle medewerkers loyale en volledige coöperatie verwachtte. Als geboren koopman, met een feilloze intuïtie voor de juiste goederen en hoe die aan de man te brengen, was Arthur Isaac de belangrijkste van de drie directieleden. Het zal hem dan ook aan het hart zijn gegaan dat hij in 1926 vanwege zijn leeftijd het inmiddels bloeiende winkelbedrijf moest verlaten en afscheid moest nemen van zijn mededirecteuren Leo Meyer en Alfred Goudsmit, die de Bijenkorf tot aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zouden leiden.


Zijn ervaring opgedaan bij Tietz warenhuis in Antwerpen kwam Leo Meyer goed van pas toen er plannen werden ontwikkeld voor de bouw van de Bijenkorf filialen in Den Haag en Rotterdam. Ook bij de totstandkoming van de “wetenschappelijke bedrijfsorganisatie”, die hij tijdens zijn reizen naar Amerika had leren kennen, speelde hij een belangrijke rol, evenals bij het ontwerpen van speciale opleidingen van het goeddeels joodse personeel. Ook in het hoger kader werden veel Joden aangesteld, in tegenstelling tot grote winkelbedrijven als C&A en Vroom & Dreesmann, al zouden die dit nooit openlijk als gangbare bedrijfspolitiek erkennen.


Als geboren koopman, met een feilloze intuïtie voor de juiste goederen en hoe die aan de man te brengen, was Arthur Isaac de belangrijkste van de drie directieleden.

Het is Leo Meyer geweest die vanaf zijn aantreden in 1914 de bedrijfsvoering van de Bijenkorf enigszins probeerde te systematiseren. Door de groei van de onderneming en de toenemende complexiteit bleek de patriarchale leiding van Arthur Isaac niet langer efficiënt. Zijn zoon, mr. Frits Isaac, die in 1925 in dienst kwam en in 1928 directeur van het filiaal Den Haag werd, bleek een groot voorstander van het Amerikaanse Scientific Management en wilde daarmee de Bijenkorf over de drempel van de moderne tijd tillen. Het duurde echter nog tot 1932 voor er hiertoe daadwerkelijk stappen werden gezet. Pas nadat de Internationale Warenhuis Vereniging (IWV), waar de Bijenkorf in 1930 lid van werd, de organisatie aan een critical visit had onderworpen, werd er actie ondernomen. In het rapport van de IWV werd melding gemaakt van het ontbreken van een consistent directiebeleid en het gebrek aan top-down communicatie in de organisatie. Een Zwitserse consultant, H. Pruppacher, kreeg de opdracht een reorganisatie door te voeren op basis van Wissenschaftliche Betriebsführung, een operatie die hij in vier jaar voltooide.

Ook werd de Bijenkorf verrijkt met een Research Bureau, dat tal van gegevens en verslagen over de gang van zaken publiceerde. En voor de hoognodige communicatie met het personeel werd het maandblad Bij en Korf in het leven geroepen. Al verliep de invoering van formele structuren in een organisatie die een losse, familiaire cultuur kende, nogal moeizaam, intussen bleef de Bijenkorf wel groeien en bloeien. De drie vestigingen opereerden zelfstandig en het aantal afdelingen in de winkels nam toe van veertien in 1908 tot 69 in 1929. Met als motto: “Door alle tijden verbindt de Bijenkorf u met de productie der wereld" zich een type warenhuis van internationale allure.

Een goede marketing was onontbeerlijk voor een dergelijke organisatie. Daarvoor werd in 1931 de Duitser Martin Lederman (eveneens van joodse afkomst) in dienst genomen. Zijn entree was op zijn minst spectaculair te noemen. Op bezoek in Amsterdam zag hij in de etalage van de Bijenkorf een uitnodiging om nieuwe klant te worden. De 10.000ste klant werd een mooie prijs in het vooruitzicht gesteld. Lederman herkende deze actie, omdat hij die bij warenhuis Tietz in Duitsland had geïntroduceerd, maar dan voor hun 250.000ste nieuwe klant. Hij vond dat hier sprake was van plagiaat en vroeg de directie vijfduizend gulden als genoegdoening. Uit dit contact ontstond een warme en duurzame relatie tussen beide partijen: ruim achtendertig jaar zou Martin Lederman als persoonlijk marketing specialist de Bijenkorf van onmisbaar advies dienen.



Leo Meyer, in 1914 in de directie gekomen namens de Duitse aandeelhouders.

Mr. Frits Isaac de oudste zoon van Arthur Isaac. In 1925 in het bedrijf gekomen.

Martin Lederman, de adviseur van de directie vanaf 1931.

Hieronder een video van het afscheid van Frits Isaac in Den Haag in 1939. Hij vertrok naar Amsterdam als nieuw lid van de directie.

Organisatieschema van de Bijenkorf uit 1926. Uit het gedenkboek van 1926 bij de opening van filiaal Den Haag.