Vertrek Gerrit van der Wal

Gerrit van der Wal de directeur van de oorsponkelijke aandeelhouders zijnde de families Goudsmit en Isaac.

Op 29 november 1943 belegde de Verwalter een algemene aandeelhoudersvergadering, de eerste sinds het bedrijf in 1941 onder Duits beheer was gesteld. Van de Nederlandse aandeelhouders waren er slechts twee aanwezig, beide journalist, met ieder één aandeel. Van Duitse zijde waren naast Verwalter Minz de nieuwe Duitse aandeelhouders aanwezig, dat wil zeggen Fritz Kötter en diverse vertegenwoordigers van het Köster-concern. Door de heer Minz werd bekendgemaakt dat de Verwaltung per december 1943 zou worden beëindigd, wat betekende dat de normale bestuursorganen de controle van het bedrijf weer konden overnamen. Een nieuwe Raad van Beheer werd aangesteld, bemand met een aantal Duitsers. Ook werden twee nieuwe directeuren-generaal benoemd en bleven Graafstal en Gieskens in functie.

Over de positie van Gerrit van der Wal, voor wie grote waardering bestond, werd in de eerste vergadering van deze nieuwe raad niet gediscussieerd.

Wel werd hem gevraagd, ook na de overname van het bedrijf door de nieuwe aandeelhouders, aan te blijven. Dat weigerde hij, omdat hij van mening was dat zijn positie als directeur-generaal voortvloeide uit zijn benoeming door de oorspronkelijke aandeelhouders, en hij dus niet door de nieuwe Raad aangesteld kon worden. Zijn weigering viel slecht bij de nieuwe eigenaren, waarop Van der Wal zijn ontslag nam en daarmee zijn trouw bewees aan de oorspronkelijke eigenaren. Met hem verloor de Bijenkorf de laatste hoge bestuurder na de Februaristaking.


Gerrit van der Wal wenste niet als directeur-generaal aan te blijven. Hij vond zijn benoeming behoren bij de oorspronkelijke aandeelhouders, en hij dus niet door de nieuwe Raad aangesteld kon worden.